Handige termen

Handige termen

Termen om te onthouden

Ableism of validisme is de discriminatie en stigmatisering van mensen met een lichamelijke of geestelijke functiebeperking. In onze cultuur hebben we het idee dat een volledig gezond en perfect lichaam de norm moet zijn heel erg geïnternaliseerd. Vaak zijn we ons niet bewust van onze eigen vooroordelen tegenover mensen met een verstandelijke of lichamelijke handicap. Ableism uit zich vaak in een geïnstitutionaliseerde vorm: zo zijn lang niet alle plekken praktisch voor iedereen toegankelijk.

Carnisme is een subideologie van speciesisme en stelt dat het eten van bepaalde dieren ethisch en maatschappelijk wenselijk is. Carnisme is op een structurele en systematische manier ingebed in de instituties en normen van onze maatschappij, zodat het eten van sommige dieren normaal en natuurlijk lijkt, en het eten van andere soorten niet (Joy, 2011). Carnist is eigenlijk een preciezere term voor vleeseter dan omnivoor, omdat die laatste een term is die onze biologische constitutie beschrijft, niet onze filosofische keuzes. Carnisten eten geen vlees omdat ze dat moeten, maar omdat ze daarvoor kiezen.

Ecofeminisme is een tak van feminisme die zich bezighoudt met de intersecties tussen vrouwen en de natuur. De term werd bedacht door Françoise d’Eaubonne in 1974 en de beweging voer mee op de tweede feministische golf en de heropleving van de milieubeweging in de seventies. Ecofeminisme stelt dat zowel vrouwen als de natuur onderdrukt worden door de patriarchale, kapitalistische maatschappij. Al deze structurele manieren van onderdrukking (seksisme, speciesisme, racisme) vinden hun oorsprong in dezelfde concepten en zijn verbonden. We moeten ze dus tezamen ontmantelen.

Deze vorm van racisme gebeurt door het uitvoeren en het in stand houden van beleid op sociaal, politiek en maatschappelijk gebied. Dit betekent dat de vooroordelen over minderheidsgroepen zo diep geworteld zijn in onze cultuur, onze systemen en onze manier van denken dat die groepen constant benadeeld worden, zelfs als de uitvoerder hier (in eerste instantie) geen slechte bedoelingen mee heeft. Je ziet deze vorm terug in gebieden zoals het onderwijs, de arbeidsmarkt, de gezondheidszorg en ons rechtssysteem. Voorbeelden zijn:

  1. De politie die etnisch profileert
  2. Werkgevers die discrimineren door mensen met een ‘niet-Westerse’ naam niet uit te nodigen voor een sollicitatiegesprek
  3. Kinderen met een donkere huidskleur die minder snel een hoog opleidingsadvies krijgen vergeleken met witte kinderen.

Deze vorm van racisme is moeilijk te bestrijden omdat het geen ‘actief’ racisme is waar je de uitvoerder op kunt aanspreken. Het is erg afhankelijk van regels, beleid en systemen waar het individu vaak geen invloed op heeft. Dit omdat deze voornamelijk in stand worden gehouden door de onderdrukkende groep.

Intersectioneel feminisme draait om het idee dat ongelijkheid door meerdere aspecten tegelijkertijd kan worden beïnvloed. Zo ervaart een witte vrouw bijvoorbeeld ongelijkheid op basis van haar gender en ervaart een zwarte vrouw ongelijkheid op basis van haar gender en huidskleur. Seksualiteit, fysieke gesteldheid en leeftijd zijn andere factoren die ongelijkheid kunnen beïnvloeden en versterken. De term is in het leven geroepen door Kimberlé Williams Crenshaw.

Klassisme is discriminatie op basis van klasse. Het is de systematische onderdrukking van de ene klasse door de andere klasse en gaat ervan uit dat mensen die aan een andere (meestal lagere) klasse toebehoren, minder competent en minder waard zijn. Hierbij horen bijvoorbeeld politieke regels waarvan de hogere klasse profiteert, ten koste van de lagere klasse.

De Van Dale definieert racisme als:

  1. theorie die de superioriteit van een bepaald ras verkondigt
  2. discriminatie op grond van iemands ras

Racisme is gegrond in het idee dat het ene ras beter is dan het andere ras. Dat is volgens racisten genoeg om het volgens hen ‘inferieure ras’ oneerlijk te behandelen. Dit kan verbale mishandeling zijn en zelfs fysieke mishandeling. Deze strijd is voornamelijk tussen witte en zwarte mensen en zien we helaas overal ter wereld terug.

Speciesisme is een Eurocentrisch en westers idee dat onderscheid maakt tussen soorten. Het stelt de mens apart staat van en superieur is aan andere diersoorten en de natuur. De mens is het beste (of enige) dier is met een bewustzijn en manier van handelen. Speciesisme houdt ook in dat we sommige diersoorten boven andere plaatsen. Zo zien wij honden en katten bijvoorbeeld als huisdieren en zouden we ze nooit eten. Het eten van het vlees van varkens en koeien zien we daarentegen wel als aanvaardbaar.