Vijf feministische performance art pioniers die je moet kennen

Performance wat?! Performance art is een kunstvorm die opkwam in de jaren zestig en zeventig en die sinds de tweede feministische golf een belangrijke rol in de geschiedenis van het feminisme heeft gespeeld. Het lichaam staat vaak centraal in deze stroming. Performancekunstenaars maken live voorstellingen/installaties die verschillende disciplines zoals poëzie, muziek, dans en schilderkunst combineren. Dit uit zich onder meer in events, body art, multimediashows en fysiek theater. Omdat performance art een live gebeurtenis is, leent deze kunstvorm zich voor directe communicatie met het publiek. Kunstenaars willen de toeschouwers bewust maken van hun manier van denken en handelen en vaak ook aanzetten tot verandering.

Vrouwelijke kunstenaressen hebben dit kenmerk van de stroming aangewend om feministisch werk te maken. Feministische performance art onderlijnt het idee dat ons lichaam en onze privézaken politiek zijn. Kunstenaressen nemen hun eigen lichaam of ervaringen als beginpunt voor het maken van hun werk en maken hiermee een politiek argument of statement. Het vrouwelijk lichaam, of een ervaring zoals bijvoorbeeld huiselijk geweld, lijken op het eerste zicht misschien enkel persoonlijk. Maar ze zijn onlosmakelijk verbonden met politieke ideeën: zo worden er voortdurend beslissingen gemaakt over het lichaam en de levensomstandigheden van vrouwen. Denk maar aan de abortuswetgeving of de straf voor huiselijk geweld. Die wetten en maatregelen worden dan weer bepaald in een patriarchale politieke omgeving. Elke opstand van een vrouw in een ‘persoonlijke’ situatie is een politieke opstand. Ook in de kunst dus.

Aangezien performance art vaak uitgaat van het lichaam, is dit bij uitstek een kunstvorm om vrouwelijke woede te uiten, op een manier dat schilderkunst dat bijvoorbeeld niet kan. We zien een levende persoon op podium, met een lichaam van vlees en bloed, en een eigen wereld van gevoelens. In performance art eigenen de kunstenaressen zich hun lichaam opnieuw toe en stellen ze het in een ander daglicht: het vrouwelijk lichaam niet langer slechts als lustobject. Wat het dan wel wordt? Dat is aan de kunstenaressen. Een kunstobject, een statement, een gever of ontvanger, een medium om een boodschap over te brengen of een poging jezelf te laten zien zoals je bent. In dit artikel zet ik vijf pioniers op een rijtje, telkens met een revolutionair werk van hun hand ter illustratie. Zij toonden aan wat voor rol performance art kan spelen in het verspreiden van feminisme en het vechten voor de rechten van vrouwen.

1. Yoko Ono, Cut Piece, 1964

Hoewel ze vaak wordt genoemd als ‘de vrouw van’, doet de Japans-Amerikaanse Yoko Ono, geboren in 1933, helemaal niet onder voor John Lennon. Haar hele leven lang maakt ze provocerende, interactieve performance art en promoot ze pacifisme, mensenrechten en feminisme. In Cut Piece zit ze zwijgend op podium, waarbij ze het publiek toelaat om met een schaar de kledingstukken van haar lichaam te knippen. 

Yoko Ono noemde dit zelf een rebellie tegen ableism, seksisme, racisme en geweld. Als kind maakte ze de Tweede Wereldoorlog mee in Japan en in Cut Piece herkennen we het gevoel dat ze toen heeft moeten ervaren: gestript zijn van alles en met niets meer overblijven. De voorstelling doet denken aan de gescheurde kleding van de slachtoffers van de bombardementen in Hiroshima en Nagasaki. We vinden een zelfde tragische kwetsbaarheid in het stuk. Cut Piece is dus ook een pacifistisch statement. 

Naast het vertonen van het lichaam als slachtoffer van bedreigingen en wreedheid, zet Ono het neer als een bron van geschenken. Ze wil het publiek iets tastbaars laten meenemen. Maar Ono kan het publiek letterlijk enkel de clothes off her back meegeven. Ze is deze performance blijven opvoeren tot op haar zeventigste.

2. Ana Mendieta, Rape Scene, 1973

De Cubaans-Amerikaanse Ana Mendieta (1948-1985) bracht in haar werk performance art, landschapskunst en beeldhouwkunst samen, met haar eigen lichaam als uitgangspunt. Haar oeuvre, dat onder meer performance, foto’s, films, installaties en tekeningen omvat, is uitgesproken feministisch en houdt zich bezig met politieke, etnische, seksuele, religieuze en morele thema’s. Zo onderzocht Mendieta, die op twaalfjarige leeftijd naar Amerika werd gestuurd tijdens de Cubaanse revolutie, onderwerpen als migratie en transculturele identiteit. Ook speelt de natuur een hoofdrol in haar werk. 

Het bijzondere is dat ze Latijns-Amerikaanse mystiek verweeft met haar politieke statements en hiervoor gloednieuwe media zoals fotografie en film inzet.  Rape Scene is één van haar meest controversiële werken en was een uiting van Mendieta’s woede over de verkrachting en moord op een jonge vrouw op haar universiteitscampus. Voor deze performance nodigde Mendieta andere studenten uit in haar eigen appartement, waar ze de kunstenares bebloed, vastgebonden en voorovergebogen op een tafel aantroffen, haar onderlichaam naakt. Het bloed liep langs haar benen naar beneden, waar het een plas op de grond vormde, net zo geënsceneerd als de brutale misdaad waarop het werk geïnspireerd was. 

Vandaag de dag is Mendieta’s artistieke nalatenschap verwikkeld met het verhaal van haar eigen vroege dood. Op 36-jarige leeftijd viel ze uit het raam van haar appartement van 34 hoog, na een ruzie met haar man, de minimalistische beeldhouwer Carl Andre. Die werd beschuldigd van haar moord, maar uiteindelijk toch vrijgesproken na onduidelijkheid over de val.

3. Adrian Piper, Mythic Being, 1973-75

Adrian Piper, geboren in 1948, is een toonaangevende conceptuele kunstenares en filosoof uit Amerika, nu woonachtig in Berlijn. Ze was actief tijdens de Amerikaanse Civil Rights Movement en onderzocht als eerste de blinde vlek die gender en kleur waren in de minimalistische, conceptuele kunstgemeenschap (die wordt gedomineerd door witte mannen). Onze lichamen worden altijd cultureel geïnterpreteerd en het is een onmogelijke missie om, in een poging tot abstractie, gender en kleur weg te vegen. 

Adrian Piper’s werk vindt plaats op het kruispunt tussen de abstracte, tijdloze conceptuele kunst en het ‘echte’ leven, dat beïnvloedt wordt door politiek en onze culturele opvattingen. Gedurende haar carrière betrekt ze steeds meer het lichaam bij haar kunst. Haar werk is erg politiek en houdt zich bezig met ras, gender, identiteit en xenofobie. 

In Mythic Being gaat Piper in drag de straat op, gekleed als een lightskin Afro-Amerikaanse arbeider, met valse snor en zonnebril. Terwijl ze door New York loopt, spreekt ze tegen zichzelf in zinnen uit haar dagboek als tiener: “I embody everything you most hate and fear.” Met dit werk wilde Piper vastgeroeste vooroordelen bevragen door met haar fake persona echte reacties op straat uit te lokken. Zo laat ze mensen nadenken over hun eigen ideeën over ras en gender. 

Piper had vooraf in de krant aangekondigd dat ze op straat zou gaan als dit alter ego en het werk werd gedocumenteerd op video, foto’s en tekeningen. In 2013 werd het beeldmateriaal afgespeeld op een tentoonstelling in New York genaamd “Radical Presence: Black Performance in Contemporary Art”. Piper voelde echter dat de aanwezigheid van haar werk en de tentoonstelling in het algemeen de marginalisering van gekleurde artiesten vergrootte en verzocht de curators het werk uit de tentoonstelling te halen.

4. Marina Abramović, Rhythm 0, 1974

Omstreden als ze is, recentelijk nog met het openlijk steunen van medekunstenaar Jan Fabre in tijden van zijn #MeToo beschuldigingen, we kunnen niet om haar heen. Ook wel eens de grootmoeder van performance art genoemd, is Abramović, geboren in 1946, al meer dan veertig jaar actief in de kunstwereld. Ze gebruikt verschillende media, maar is vooral bekend voor haar provocatieve performances, vaak met interactie van het publiek. Haar werk beschouwt thema’s als vrouwelijkheid, menselijke relaties en haar Servische jeugd. 

Rhythm 0 wordt gezien als één van de belangrijkste performances in de geschiedenis van performance art. Dit stuk vond voor het eerst plaats in Napels, waar een 23-jarige Abramović zich volledig tot beschikking van het publiek stelde: ze mochten met haar doen wat ze wilden. Het publiek kon hiervoor gebruik maken van 72 objecten die de kunstenares op tafel had uitgestald, zoals een roos, een veer, parfum, honing, brood, olijfolie en wijn, maar ook een schaar, een scalpel, een zweep en een pistool geladen met één kogel. Tijdens de voorstelling bleef Abramović stilstaan no matter what

Hoewel het publiek erg voorzichtig begon, werden ze naarmate het zes uur durende stuk vorderde, meer gewelddadig en gingen ze over hun eigen grenzen heen. Ze sneden in Abramović’ kleding en huid met een mes en uiteindelijk richtte één toeschouwer het pistool op haar hoofd, waarbij ze op het nippertje gered werd door een medewerker van de kunstgalerij. Zelf zei ze hierover later: “What I learned was that… if you leave it up to the audience, they can kill you.”

Abramović noemt zichzelf noch haar werk niet feministisch – ze zegt dat Rhythm 0 ook door een man zou kunnen opgevoerd worden. Ze ziet haar eigen lichaam als een neutraal canvas. Toch denk ik dat deze voorstelling, buiten de onnoemelijke historische waarde ervan, ook vanuit een feministisch oogpunt belangrijk is. Abramović voert het namelijk op in haar vrouwelijke lichaam, en wij interpreteren het met onze achtergrond bepaald door de Westerse patriarchale maatschappij, waarin een vrouwelijk lichaam niet neutraal is. Als we dus een voorstelling zien waarin een vrouw stelt dat zij het object is, en vervolgens zes uur lang passiviteit belichaamt, doet dat ons zeker nadenken. Over hoe wij zelf als vrouw geobjectiveerd worden en over hoe we verschillende vormen van geweld ondergaan – met of zonder onze dulding.

5. Carolee Schneemann, Interior Scroll, 1975

De Amerikaanse Carolee Schneemann (1939-2019) was één van de eerste artiesten die vrouwelijke seksualiteit onder de loep legde door middel van performance art. Deze visuele, experimentele kunstenares heeft haar hele leven lang politiek en taboedoorbrekend werk gemaakt, vaak over seks, gender en de plaats van de vrouw in de kunstwereld. 

Ze veroorzaakte heel wat ophef met Interior Scroll, een performance die ze voor het eerst deed in New York. In dit stuk beschildert ze haar naakte lichaam met modder. Het hoogtepunt van de performance vindt plaats wanneer Schneemann naakt op een tafel staat en langzaamaan begint voor te lezen van een lang, smal strookje papier dat ze langzaam afrolt uit haar vagina. 

De tekst, deels poëzie, deels manifesto, was een antwoord op de kritiek van een mannelijke kunstenaar dat Schneemann’s kunst te wanordelijk en vrouwelijk zou zijn. In de tekst heeft ze het over artistieke concepten die traditioneel geassocieerd worden met vrouwen, zoals intuïtie en het lichaam, tegenover mannelijke noties zoals orde en ratio. 

Door deze wijsheid letterlijk in haar vagina te plaatsen, verschuift Schneemann het beeld van het vrouwelijk lichaam als mannelijk lustobject naar een plek voor artistieke creatie. Een naakt vrouwenlichaam wordt doorgaans gezien als een seksueel object, gemaakt voor het plezier van de man. Schneemann verlegt onze focus naar de vrouw als schepper: van zowel leven als kunst. Haar kunst wordt figuurlijk gecreëerd in haar baarmoeder en komt letterlijk vaginaal ter wereld.

Waarom zijn deze pioniers zo belangrijk?

Deze vrouwen hebben stuk voor stuk hun stempel gedrukt op een kunstwereld waarin witte mannen overheersen, en dus broodnodig vrouwelijk perspectief toegevoegd. De mannelijke, witte, heteroseksuele ervaring werd immers centraal gesteld en als universeel gezien. Feministische kunstenaressen zoals deze vijf stelden dit in vraag en openden zo een dialoog over gender en kunst – ééntje die nog steeds bezig is. Wanneer we als vrouw kunst maken, zeggen we hiermee dat we niet zullen zwijgen. Zo zouden we eigenlijk elk vrouwelijk kunstwerk als feministisch kunnen beschouwen. Het wordt namelijk gemaakt in een patriarchale wereld waarin vrouwelijke stemmen voortdurend weggeveegd en onderdrukt worden.

Kunst is dus onmisbaar in de feministische beweging. Het is een manier om uitdrukking te geven aan onze mening als vrouw. Bovendien ligt de kracht van kunst voor mij in het bespreekbaar en zichtbaar maken van dingen die anders genegeerd of over het hoofd gezien worden, op een manier dat woorden niet kunnen. Kunst kan een meer intuïtieve, magische, fysieke belichaming vormen van verschillende ideeën en connecties blootleggen waarvan we ons niet bewust waren. De onderwerpen die aangesneden worden door deze vijf pioniers, zijn – jammer genoeg – nog heel actueel. Ze doen ons nog steeds nadenken over wat het betekent om een vrouw te zijn in deze wereld. Door ons te laten inspireren door hun werk, kunnen we zelf weer op nieuwe ideeën komen om uiting te geven aan onze stem.

Voor wie meer ontdekken wil, zijn ook zeker de volgende namen het vermelden waard: Elke Krystufek, Karen Finley, VALIE EXPORT, Hannah Wilke, Carmen Beuchat, Tania Bruguera, María Evelia Marmolejo, Senga Nengudi. Meer recent zijn Li Maizi, Kate Durbin, Marta Jovanovic, Milo Moiré (geïnspireerd door VALIE EXPORT) en Alexandra Marzella.

Share this post

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email

Over spelling en interpunctie

Vrouwengereedschap wordt onderhouden door vrijwilligers. Naast het bijhouden van deze website en social media kanalen, hebben wij allen ook een full-time baan. Daarom kan het voorkomen dat er hier en daar spellings- of interpunctiefouten in onze tekst staan. En dat vinden wij helemaal niet erg! Zolang onze stukken leesbaar zijn en de boodschap duidelijk is, maken wij ons geen zorgen over een foutje. Hopelijk jij ook niet ;)