10 Voorbeelden van seksistische taal

Voorbeelden van seksistische taal, daarvan kunnen we er allemaal wel een paar opnoemen. Alleen al omdat we ze vaak dagelijks te horen krijgen. Maar seksisme schuilt soms ook heel geniepig in de Nederlandse taal. Zo gebruiken we woorden als ‘éénmanszaak’ of ‘mankracht’ uit gewoonte, zonder dat we beseffen dat het eigenlijk raar is, dat de man nog steeds de norm is in ons taalgebruik.

Daarom vroeg ik me af wat voor invloed die seksistische woorden hebben op ons denken. Naar wat voor wereldbeeld verwijzen ze? Voor Vrouwengereedschap ging ik op zoek naar verschillende manieren waarop seksisme verweven is in de Nederlandse taal. Ik zet enkele alternatieven op een rijtje.

Waarom is dit alles belangrijk?

Woorden doen ertoe. Cognitief onderzoek bevestigt dat de taal die we gebruiken, onze manier van denken beïnvloedt. Onze taal representeert dus ons wereldbeeld en verspreidt dat vervolgens verder. Vooral hele machtige ideologieën uit het verleden klinken sterk door in woorden. Denk hierbij vooral aan kolonialistisch en racistisch taalgebruik

Taal is dus nooit objectief. De geschiedenis van een woord kan niet zomaar uitgewist worden, dus het is belangrijk om bewust met taal om te springen. Wie wat zegt en in welke context, is heel belangrijk. Zo hebben sommige vrouwen en femmes zich ‘slet’ opnieuw toegeëigend, als geuzennaam. Ze houden de geschiedenis van dat woord dus in hun achterhoofd, maar gebruiken het juist op een empowering manier. Als een man op straat ‘slet’ roept, is het een heel ander, seksistisch verhaal.

1. Seksistisch woord: werkende moeder

Een werkende moeder, dat lijkt misschien een onschuldige term. Maar waarom hebben we het dan nooit over werkende vaders? Juist, omdat ervan uitgegaan wordt dat mannen sowieso werken naast hun vaderschap. Een werkende moeder is niet in lijn met ons stereotype beeld van moeder. Daarom willen we het ‘werken’ benadrukken. Laten we in plaats daarvan ons stereotype beeld bijstellen. Je kan het beter gewoon over een ‘moeder’ hebben, of het beroep noemen, afhankelijk van de context.

Een goede tip van WOMEN inc. is overigens om de woorden vrouw en man te vervangen door elkaar. Als de zin dan nog steeds logisch klinkt, weet je dat je goed zit qua genderneutraal taalgebruik. Een voorbeeld is ‘sterke vrouw’. Als je in dezelfde zin ‘sterke man’ zou zeggen, klinkt het meteen anders. Dan gaat het over de fysieke kracht van een man. Terwijl we bij ‘sterke vrouw’ het meteen over een begrip gaat; we insinueren dat het bijzonder is dat een vrouw sterk is, dat ze dat is ondanks haar ‘vrouw’ zijn.

2. Seksistisch woord: ombudsman

Heel veel beroepen gaan uit van de man als norm: ombudsman, barman, brandweerman. Zit ‘man’ niet in het woord, dan wordt het vaak geïmpliceerd: burgemeester, veilingmeester of geneesheer. Andere beroepen worden traditioneel gezien als enkel voor vrouwen: schoonmaakster, vroedvrouw, verpleegster. Ontsnappen we aan al die termen, benoemen we vaak alsnog het gender: leraar of lerares, redacteur of redactrice. Dit hebben we te danken aan het feminisme van de jaren tachtig, dat vrouwen zichtbaarder wilde maken. 

Sinds de jaren negentig wordt er echter geopteerd voor de ‘oorspronkelijke’ versie van een beroep, in plaats van het te vervrouwelijken. Met genderspecifieke benamingen, zoals redactrice, kan het immers lijken dat wanneer een vrouw dit beroep uitoefent, het een uitzondering is. Directeur wordt dus geen directrice, maar blijft directeur voor een vrouw of femme. Ook burgemeester blijft hetzelfde.

Anderzijds blijft het een feit dat we bij directeur als eerste nog steeds vaak aan een man denken. De discussie is dus nog steeds gaande. Als het kan, kies je best voor genderoverkoepelende beroepsnamen: ombudspersoon, bartender, brandweerlieden, schoonmaker, verloskundige, verpleegkundige, leerkracht, redactielid.

Hier en hier lees je alle ins en outs over het bevorderen van genderneutraliteit en genderdiversiteit op gebied van beroepsnamen. Vraag vooral ook de persoon in functie hoe ze genoemd willen worden.

3. Seksistische etymologie: hysterie

Seksisme zit niet alleen verweven in ons taalgebruik, maar beïnvloedde ook de totstandkoming van woorden. Etymologie leert ons over de oorsprong van een woord. Sommige woorden, zoals hysterie, lijken niets met seksisme te maken te hebben. Maar wist je dat het woord hysterie afgeleid is van het Oudgriekse woord voor baarmoeder, hystera? In het oude Egypte en het oude Griekenland dachten ze namelijk dat de baarmoeder de basis vormde voor verschillende gezondheidsproblemen. Zij geloofden in een ‘ronddwalende’ baarmoeder, die de vrouw ziek maakte. Drie keer raden wat een mogelijke oplossing was, mét extra gezondheidsvoordelen: mannelijk sperma!

De etymologie van een woord vertelt ons dus veel over de historische context waarin woorden ontstonden. Jammer genoeg is dat vaak een seksistische context, en wordt etymologie vermomd als ‘wetenschap’ gebruikt om discriminerende termen te onderbouwen. Hysterie werd gezien als overdreven, onbeheersbare droevigheid, angst of woede – bij vrouwen. Het bleef doorheen de hele geschiedenis een ‘vrouwenziekte’ en werd pas in 1980 uit de lijst van psychiatrische stoornissen gehaald. Toch wordt ‘hysterisch’ nog vaak gebruikt als een tool van het patriarchaat om een vrouw of femme overdreven emotioneel te noemen.

4. Seksistisch woord: schaamlippen

Schaamte is nog zo’n voorbeeld van een patriarchale strategie om vrouwen en femmes te onderdrukken. Zeker als het op seksuele organen aankomt. De vulva wordt nog steeds gezien als iets ‘vies’, en we durven er amper over te praten. Dat zien we terug in het woord ‘schaamlippen’. Niet alleen mensen met een vulva krijgen trouwens dat schaamte-etiket opgeplakt. We zien het ook terug in ‘schaamhaar’. Maar er zijn alternatieven!

Laten we beginnen met schaamlippen. In het Duits heten ze ook ‘Schamlippen’. In 2018 kaartten twee Zwitserse journalisten dit aan en begonnen ze een pleidooi voor verandering. In plaats van ‘Schamlippen’, wordt het ‘Vulvalippen’, een woord dat in zich in het Nederlands precies hetzelfde laat vertalen. Laten wij dus ook afstappen van die seksistische, beladen term en voor het preciezere ‘vulvalippen’ kiezen. Voor ‘schaamhaar’ wordt er trouwens ‘intiem haar’ voorgesteld.

5. Seksistische begroetingen: juffrouw

Gelukkig is de term juffrouw intussen uit de mode geraakt. Het gebruik van ‘mevrouw’ of ‘juffrouw’ duidde aan of een vrouw getrouwd was of niet. Alsof onze identiteit als vrouw of femme drastisch verandert als we trouwen! Nu is ‘mevrouw’ de standaard.

In dezelfde categorie vinden we ‘dames en heren’. Dames en heren is vooral een ouderwets, binair begrip. Het erkent geen andere genderidentiteiten dan die van man of vrouw, waarmee het de realiteit uitwist van mensen die niet in het ene of het andere hokje vallen. De NS spreekt haar bezoekers in de trein nu aan met ‘beste reizigers’ in plaats van ‘beste dames en heren’. Zo makkelijk kan het zijn.

Ten slotte is er de aanspreking ‘jongens’. Ook ik spreek een groep vaak aan met ‘guys’ of ‘jongens’. Opnieuw is de man hier weer de norm. Terwijl we dit makkelijk kunnen vervangen door ‘mensen’ of ‘iedereen’. Zo worden meisjes en andere niet-jongens niet uitgewist. Voor gemengde groepen wordt sowieso vaak de mannelijke versie van een woord gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan lerarenopleiding. Waarom geen leerkrachtenopleiding?

6. Seksistisch taalgebruik: chicklit

Chicklit als genre? Kan heerlijk zijn. Chicklit als term? Vreselijk. Onder ‘chicklit’ verstaan we boeken voor vrouwen en femmes. Jammer genoeg worden die vaak als minderwaardig afgedaan. Chicklit is zogenaamd geen ‘echte’ literatuur (lees: literatuur geschreven door en voor mannen). Want wat over vrouwen en femmes wordt geschreven, en wat vrouwen en femmes lezen, kan nooit serieuze literatuur zijn. Niet dus.

Chicklit is zo’n woord dat aanmoedigt om vrouwen en femmes niet serieus te nemen en hen te denigreren. Bovendien wordt wat door een vrouw geschreven is, vaak al snel gecategoriseerd als chicklit, terwijl het bijvoorbeeld even goed fantasy zou kunnen zijn. Anderzijds sluit het genre vaak vrouwen van kleur uit.

Intussen wordt ‘chicklit’ soms vervangen door ‘vrouwenfictie’. Toch rest dan nog steeds het idee dat de man de norm is, want zijn werk mag gewoon ‘fictie’ heten. Simpel om het woord te vervangen en er ‘fictie’ van te maken, is het echter niet. Het probleem ligt dieper in de wereld van uitgeverijen en het seksisme dat daar de boventoon voert. Toch is het interessant om na te denken over hoe wij in ons dagelijks leven refereren naar ‘chicklit’.

7. Seksistisch taalgebruik: vriendinnetje

Is het je wel eens opgevallen dat we voor vrouwen vaak verkleinwoorden gebruiken? Vriendinnetje, vrouwtje, prinsesje. Of ‘meisje’ voor volwassen vrouwen. Vrouwen doen dit vaak zelf! Maar door het gebruik van het woord ‘meisje’ en het verkleinen van woorden, worden we neergezet als kinderlijk, minder volwassen. We noemen vrouwen in hogere functies trouwens ook sneller bij hun naam. Al dit taalgebruik ondermijnt het serieus nemen van vrouwen. 

8. Seksistisch woord: slet

Jammer genoeg is dit het meest voor de hand liggende voorbeeld. Toch krijgt het een vermelding, omdat het een schande is dat we zoveel meer beledigingen hebben voor vrouwen dan voor mannen. Hoer, trut, kutwijf, bitch … Als je echter naar de etymologie van deze woorden kijkt, waren het oorspronkelijk normale, zij het vrouwelijke zelfstandige naamwoorden. Door de tijd heen zijn het scheldwoorden geworden. 

Bovendien verwijzen scheldwoorden voor mannen vaak naar ‘vrouwelijke’ kenmerken: pussy, watje, softie. Ten slotte is het mannelijke equivalent van ‘slet’, bij gebrek aan beter, vaak het Engelse man hoe of man slut. Zie ‘werkende moeder’, maar dan omgedraaid: we zetten ‘man’ ervoor omdat ‘slet’ normaal over een vrouw gaat.

9. Seksistisch woord: mankracht

Mankracht, eenmanszaak, bemannen, twintig man. Allemaal woorden waarbij er wordt uitgegaan van de man als norm. Tegenwoordig is er een opmars aan de gang voor het gebruik van alternatieven zoals ‘bemensen’ en ‘eenmenszaak’. Raar? Dat zal het voorlopig zeker klinken. Maar taal is geen statisch fenomeen. Als ons wereldbeeld verandert, schaven we de taal bij. Over de eeuwen heen is onze taal, hoe langzaam ook, drastisch veranderd. Zelfs recentelijk konden wij enkele veranderingen met onze eigen ogen (en oren) aanschouwen. Zo is het gelukt een groot deel van de Nederlanders ‘wit’ te laten zeggen in plaats van ‘blank’. Sinds 2016 is ‘allochtoon/autochtoon’ geschrapt uit alle nationale beleidsdocumenten.

10. Seksistische term: jezelf vermannen

‘Vermannen’ gaat nog een stap verder dan bijvoorbeeld ‘mankracht’. ‘Jezelf vermannen’ betekent moed vatten, jezelf onder controle brengen. Het woord stelt ‘man’ niet alleen als de norm, maar ook als het wenselijke. Mannen zouden zogenaamd alles onder controle hebben en (mentaal) sterk zijn. Onzin! Laten we dit woord gewoon achterwege laten.

In dezelfde categorie valt trouwens ‘je gooit zoals een meisje’ of iemand met ‘ballen’. Deze seksistische uitspraken laten zien hoe onze cultuur de voorkeur geeft aan stereotype ‘mannelijke’ eigenschappen: het is minder goed om een vrouw of femme te zijn.

Waar scoort Nederland wel goed qua genderneutraal taalgebruik?

Tegenover talen als Frans en Spaans is Nederlands inclusiever. Onze zelfstandige naamwoorden hebben wel woordgeslachten (vrouwelijk, mannelijk of onzijdig): de prins, de prinses en het boek. Maar de andere woorden in een zin, zoals bijvoeglijke naamwoorden of werkwoorden, worden niet aangepast aan die zelfstandige naamwoorden en hun geslacht. 

Bovendien verschilt de keuze voor mannelijk, vrouwelijk of onzijdig per plek, generatie of stijl. Onze taal evolueert ook. Al met al hechten wij niet zoveel belang meer aan die geslachten en zijn we vrijer in onze keuze. Zo kan ik bijvoorbeeld met ‘hij’ of ‘zij’ naar ‘de taal’ verwijzen. 

Van oudsher kent Nederlands enkel mannelijke of vrouwelijke voornaamwoorden: hij/zij, hem/haar en zijn/haar. Activisten pleiten echter de laatste jaren voor voornaamwoorden voor non-binaire mensen: die, hen en hun.

Conclusie

Kortom, taal heeft een enorme kracht. Natuurlijk is het belangrijk om verder te gaan dan enkel ‘politiek correct’ taalgebruik, en seksisme op elke manier te blijven aankaarten. Maar het kan zeker interessant zijn om onszelf af te vragen waarom we voor bepaalde woorden kiezen.


Met ons taalgebruik kunnen we mensen buitensluiten, marginaliseren en hun identiteit uitwissen. Als je immers geen woord hebt voor bepaalde mensen, impliceer je ook dat ze er niet toedoen. Als we ons eigen perspectief vanzelfsprekend vinden en dat vooropstellen als de norm, sluiten we al snel iemand buiten. Daarom moeten we ook over taal op een intersectionele manier denken. Door middel van woorden kunnen we dan diversiteit erkennen en respecteren, en tegelijkertijd iedereen aanspreken.

Share this post

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email

Over spelling en interpunctie

Vrouwengereedschap wordt onderhouden door vrijwilligers. Naast het bijhouden van deze website en social media kanalen, hebben wij allen ook een full-time baan. Daarom kan het voorkomen dat er hier en daar spellings- of interpunctiefouten in onze tekst staan. En dat vinden wij helemaal niet erg! Zolang onze stukken leesbaar zijn en de boodschap duidelijk is, maken wij ons geen zorgen over een foutje. Hopelijk jij ook niet ;)